De problematiek van de IJzeren Rijn: meer dan venijn?
Wat dient men onder ‘goed nabuurschap’ in dit dossier te verstaan?
Mogen wij er ten tijde van de jaarwisseling even stil bij staan?
De IJzeren Rijn blijft ondanks de arbitrage-uitspraak en de commissie van deskundigen op een heel lang wachtspoor staan.
Nu komt er eerst al weer een studie naar een dubbele Maaslijn – het Maasroute alternatief – de B-variant, die volgens Nederland nooit in de Comparative cross-border study opgenomen had mogen zijn. Bij eventuele spoorverdubbeling zullen juist die problemen naar voren komen die destijds hebben geleid tot het niet opnemen van de Maasroute in de MER IJzeren Rijn – de verbindingsbocht bij Roermond, de overlast en hinder in Swalmen, Reuver, Belfeld en Tegelen. Verder: wil en kan Nederland aan de aangegane spoorverplichtingen voldoen? Allereerst de overeenkomst van Warnemünde, het TEN-besluit van Essen, het Internationaal Spoorwegstatuut, dan heeft het nu nog heel veel te doen om ook aan EU regelgeving te voldoen. Nederland heeft immers van het eigen doordrammen weinig geleerd en nu als uitvlucht voor Duitse [NRW] nog uit te werken plannen geopteerd. Ook daar heeft men het Gutachten Prell gesaboteerd.
Wij moesten Vogel- en Habitatlijnen implementeren, vergaten daarbij (bewust?) de spoorlijnen te exclaveren en moeten daarom door tegenstrijdige wetgeving laveren.
Nederland heeft de eisen van de IJzeren Rijn steeds verder opgeschroefd – België en Vlaanderen moesten op de kosten van (her-)gebruik worden afgetroefd.
Twee jaar lang werd er door minister T. Netelenbos in het Tri-partite overleg aan gesleurd: het Nederlandse tunnelplan moest op VHR- eisen door Brussel worden goedgekeurd
(maart 1999 – juli 2001).
Nederland werd voorzichtig gekapitteld: ‘E.G. directieven mogen niet veel omvattender worden uitgelegd dan voor zover zij strekken’. De nut en noodzaak van de tunnel werd op milieu en natuurbeschermingsgronden niet ondersteund. [Env. B2 /JVV/A D (2001) 320891 – 19/09/2001].
Mede ten gevolge van de negatieve CPB rapportage in oktober/november 2001 om af te zien van grote infrastructurele projecten: zo werden zowel de IJzeren Rijn, het Rondje Randstad, de HSL- Oost als de Zuiderzeelijn op kosten afgeschoten. Na ontvangst van de brief en mislukt tri-partite overleg werden alle verdere werkzaamheden tot verwezenlijking van de IJzeren Rijn binnen V&W gestaakt. Railinfrabeheer staakte haar werkzaamheden aan het Concept Tracébesluit in mei 2002.
Ondertussen had minister Netelenbos zelf de ‘brief geen brief zijnde’ tijdens de MIT- behandeling op 10 december 2001 aan de orde gesteld.
Direct gevolg was in januari 2002 het ‘feitelijk’ opzeggen van het Memorandum of Understanding en het zogenaamde dubbelbesluit inzake ‘tijdelijk rijden’ van 2000.
Dit leidde tot de uiteindelijke instemming (april 2003) het gerezen geschil – de toedeling van de kosten van de alleen door Nederland gewenste tunnel – aan het Arbitragehof voor te leggen. Het resultaat kent u.
Gaat men nu opnieuw het beperkt herstelde vertrouwen hypothekeren door de opdracht aan de Commissie van deskundigen te amenderen?
Of wil de huidige minister van zijn toenmalige deelname aan die besluitvorming toch nog iets leren?
Richard H. van der Pols
Geplaatst door ontbielzen
Geplaatst door ontbielzen
Geplaatst door ontbielzen