Dubbele Maaslijn

december 30, 2007

Studie dubbele MaaslijnDe Maaslijn tussen Venlo en Roermond zou een dubbel spoor moeten krijgen om Venlo te laten profiteren van de komst van de IJzeren Rijn. Goederentreinen uit de Antwerpse haven kunnen dan, via een bocht ten noorden van Roermond, doorrijden naar Venlo.Venlo
Door Paul Bots
Minister Camiel Eurlings van Verkeer en Waterstaat laat deze optie onderzoeken en wil haar met de regio bespreken om het voorstel eventueel later in de meerjarenplanning voor grote projecten op te nemen. Wethouder Herman Janssen (PvdA, Infrastructuur) van Venlo reageert verheugd op de voorzet van Eurlings.
De minister noemt het idee in een brief aan de Tweede Kamer over de IJzeren Rijn.

Een onderzoek naar het omleiden van die spoorlijn via Venlo langs de snelweg A67 pakte negatief uit. Die nieuwe lijn zou zeven miljard euro kosten. Dat geld wordt nooit terugverdiend ondanks het feit dat het logistieke knooppunt Venlo er flink van zou profiteren. Heropenen van de al jaren geleden in onbruik geraakte oude IJzeren Rijn dwars door Weert, Roermond en nationaal park De Meinweg is veel goedkoper.

Het onderzoek heeft minister Eurlings ervan overtuigd dat een IJzeren Rijn via Venlo onhaalbaar is. Toch vindt de minister dat Venlo niet met lege handen achter moet blijven. Venlo is na de Rotterdamse haven en Schiphol het belangrijkste logistieke knooppunt in Nederland. De stad moet die plaats kunnen vasthouden en versterken, schrijft Eurlings in een brief aan de Tweede Kamer. Volgens de minister kan dat alleen als de stad ook goed bereikbaar wordt voor goederentreinen.

Het onderzoeksbureau doet hiervoor een paar voorstellen. Zo zou de huidige spoorlijn vanuit Rotterdam naar Venlo, de Brabantroute, met de aanleg van tunnels en bruggen meer ruimte krijgen voor goederentreinen. Ook zou een betere spoorverbinding tussen de Antwerpse haven en Rotterdam kunnen zorgen voor meer goederentreinen op deze lijn. Probleem blijft wel dat op de Brabantroute ook veel personentreinen rijden en die hebben voorrang.

Een tweede oplossing is het aanleggen van een nieuwe railterminal op het bedrijventerrein Trade Port Noord in Venlo. In de plannen voor dit terrein is daar al rekening mee gehouden. Verder denkt het onderzoeksbureau dat Venlo en Duisburg meer kunnen samenwerken om goederentreinen af te handelen. Het spoor tussen beide steden moet dan wel verbeterd worden.

Ook komt het onderzoeksbureau met het voorstel om de Maaslijn tussen Venlo en Roermond te verdubbelen. Momenteel zijn beide steden alleen via een enkel spoor verbonden. Als straks de IJzeren Rijn langs Roermond voert, zouden goederentreinen daar via het nieuwe spoor kunnen afbuigen naar Venlo.
Wethouder Janssen van Venlo is verheugd over de brief van Eurlings. Het opknappen van de Brabantroute ziet de wethouder minder zitten. Op die route rijden goederentreinen al dwars door steden. Toename van de drukte leidt alleen maar tot problemen, verwacht hij.
Gepubliceerd op: 28.12.07 05:00  


//document.domain = ‘test.dk’; function resizeIFrame() { if(document.getElementById && !(document.all)) { h = document.getElementById(‘mitframe’).contentDocument.body.scrollHeight; document.getElementById(‘mitframe’).style.height = (h + 20); } else if(document.all) { h = document.frames(‘mitframe’).document.body.scrollHeight; document.all.mitframe.style.height = (h + 20); } }


Twan Tak spreekt in Goes

mei 20, 2007

Prof. Twan Tak spreekt op alv BAS: 21 mei 2007

Geachte mevrouw, mijnheer,De Belangenvereniging Aanwonenden Spoorlijn uit Goes nodigt U hierbij graag uit voor de Algemene Ledenvergadering op maandag 21 mei a.s. in Hcr De Caisson in Biezelinge. waar de Maastrichtse hoogleraar A.Q.C. (Twan) Tak zal spreken onder de titel: ‘Actie in raadzaal of rechtszaal’.Professor A.Q.C. Tak is auteur van een standaardwerk over het Nederlandse bestuursprocesrecht, maar ook bekend door zijn prikkelende uitspraken over de Nederlandse rechtsstaat die volgens hem is veranderd in een dictatuur. Dat een organisatie als BAS in diverse procedures bij de Raad van State vooral nul op rekest heeft gekregen verbaast hem niets: ‘Sinds 1994 is het bij de Raad van State niet meer voorgekomen dat een burger op inhoudelijke gronden in het gelijk werd gesteld. Ik ben zéér pessimistisch. Tak wijst er op dat in
Nederland allerlei grondrechten (vooral: bescherming tegen de overheid) in de ijskast zijn gezet. Overheden gaan gewoon hun eigen ongehinderde gang.
Maar ook de actiegroepen, zoals BAS, doen het niet goed in de ogen van de professor. ‘Jullie moeten niet naar de rechter gaan. Dat biedt politici een mogelijkheid om zich buiten de discussie te houden, de zaak is dan immers ‘onder de rechter’. Je moet de straat op of anderszins je stem verheffen. Confronteer die politici. Dit zijn politieke onderwerpen waar de rechter zich nooit over uit zal spreken, dus je bent daar op het verkeerde adres’. Professor A.Q.C. Tak heeft diverse publikaties op zijn naam, zie hier . Ook kwam hij diverse malen in de media vanwege zijn kritische opvattingen (zie hier )
Deze pdf geeft een indruk van waar hij het op 21 mei over zal hebben.
De bijeenkomst vindt plaats in HCR het Caisson (website )
De zaal gaat om 19.00 uur open. De vergadering begint om 19.30  met een huishoudelijk deel en om 20.30 uur geven we het woord aan professor Tak. Er is uiteraard nog gelegenheid tot discussie en het stellen van vragen.
Graag zien wij U op maandag 21 mei!Th. Richel


Geen geld voor de IJzeren Rijn?? Graag reacties!

maart 10, 2007

Zeer Geachte Dames en Heren,
Wie van u beschikt over nadere informatie ?
Gaarne verstrekken.
met vriendelijke groet,
Richard H. van der Pols

—–Oorspronkelijk bericht—–
Van: Gabi Schock [mailto:gabi@schock.org]
Verzonden: donderdag 8 maart 2007 22:28
Aan: gabi@schock.org
Onderwerp: Erschreckende Meldung der Rheinischen Post zum Eisernen Rhein:
neue Strecke, 8.3.2007
Urgentie: Hoog

Sehr geehrte Damen und Herren,

Sie werden erschrecken, wenn Sie folgende Meldung lesen.
NRW-Verkehrsminister Oliver Wittke, der waehrend des Wahlkampfes den
Eindruck hinterliess, es sei kein Geld da fuer die Reaktivierung des
Eisernen Rheins, hat jetzt zugelassen, dass ein Gutachten veroeffentlicht
wird, das sich dafuer ausspricht, sogar eine neue Bahnlinie von Roermond
nach Moenchengladbach-Nord fuer den Guetertransport zu errichten. Von dort
nimmt der Eiserne Rhein weiter die historische Trasse nach Norden quer durch
Viersen und quer durch Krefeld nach Rheinhausen…

Zu teuer sei eine neue Bahnstrecke von Venlo nach Rheinhausen, und dort
komme auch Bebauung dicht an die Strecke!!! Von den 50.000 Betroffenen
allein in Krefeld ist in dem Gutachten nicht die Rede.

Viel Vergnuegen an der neuen Gueterfernverkehrsstrecke wuenscht man
offensichtlich auch der Gemeinde Niederkrüchten, die damit ueberzeugt werden
soll, dass auf dem Gelaende des ehemaligen Flughafens Elmpt (genannt
BRUGGEN) ein regionales Logistikzentrum entstehen koennte. Dieses Argument
ist eins aus der Mottenkiste. Schon vor Jahren machten die Interessenten
klar, dass der Eiserne Rhein nicht zwischen Antwerpen und Rheinhausen
stoppen wird.

Nun sind alle Landespolitiker/innen unserer Region aufgefordert, diesem
Unsinn energisch zu widersprechen. Die SPD Krefeld bereitet für die naechste
Ratssitzung bereits einen Antrag vor, dem inhaltlich hoffentlich alle
anderen Fraktionen zustimmen werden: Der Antrag frischt alte Ratserklärungen
gegen den Eisernen Rhein auf.

Wenn Gueter auf die Schiene sollen, dann bitte auf leistungsfähige Systeme!
Die kurvige, nicht elektrifizierte, besonders nächtlich störende Bahn
(tagsüber hindern andere Transporte) durch Viersen und Krefeld wäre in
keiner Weise zukunftsgerecht. Durch Viersen und Krefeld bedeutet:
Zehntausende Menschen werden erheblich und zusätzlich gesundheitlich
gefährdet. Güter auf die Schiene, ja, aber nicht durch die Städte!

Der Kampf geht wieder los.
Wappnen wir uns.
Ihre
Gabi Schock
gabi@schock.org
——————————————

Rheinische Post, Krefeld, 08.03.2007:
Krefeld
Eiserner Rhein durch Krefeld?
VON LUDGER PETERS UND MARTIN RÖSE
Keine Alternative: Das Gutachten sieht vor, dass an der Tackheide die
Güterzüge rollen, wenn der Eiserne Rhein wiederbelebt wird. Dann müssten
umfangreiche Lärmschutzmaßnahmen folgen. RP-Archivfoto: KA

(RP) Das von NRW-Verkehrsminister Oliver Wittke in Auftrag gegebene
Gutachten über Alternativen zur historischen Strecke ist fertig. Es sieht
vor, Mönchengladbach vom Eisenbahn-Lärm zu verschonen – und Krefeld nicht.

Die schlimmsten Albträume der Gegner des Eisernen Rheins könnten bald
Realität werden: Die Güterstrecke soll nach der Empfehlung einer neuen
Studie zwar nicht mehr auf der historischen Trasse verkaufen – das gilt aber
nur für einen Teil der Bahnverbindung. Und von dem ist Krefeld nicht
betroffen. Die Seidenstadt kann sich also darauf einrichten, dass die von
Diesellokomotiven gezogenen Güterzüge eng an Häusern vorbeidonnern, sobald
der Eiserne Rhein Realität wird. Aufatmen hingegen in Mönchengladbach. Dort
soll die Trasse nur die Stadtgrenze tangieren.

Niederkrüchtens Bürgermeister Herbert Winzen hat am Montag bei
Verkehrsminister Oliver Wittke (CDU) in Düsseldorf einen Termin. Die beiden
haben einiges zu besprechen, denn das Gutachten über Alternativen zum
“Eisernen Rhein” ist fertig.

Die Studie empfiehlt, die historische Trasse über Wegberg und durch
Mönchengladbach aufzugeben. Vielmehr sollte die Güterstrecke Roermond im
Norden umgehen und an der A 52 entlangführen. Auf der Stadtgrenze von
Viersen und Mönchengladbach soll sie zwischen dem Autobahnkreuz
Mönchengladbach und dem Anschluss Mönchengladbach-Nord/ Viersen nach Norden
auf die vorhandene Bahnstrecke in Richtung Viersen/Krefeld einschwenken.
“Das Gutachten ist fertig”, bestätigte gestern ein Sprecher des
Verkehrsministers. Es fehlten aber Abstimmungsgespräche sowohl mit der
niederländischen als auch mit der belgischen Seite.

Der Minister hat die Rechnung ohne das Mitteilungsbedürfnis einiger
Landtagsabgeordneter gemacht. Nach einem Fachgespräch Wittkes mit
Fraktionsvertretern sickerten Inhalte der Studie schnell durch bis in
Ortsparteien.
INFO

Bürgerproteste

Bürgerproteste

Widerstand Gegen die zu Beginn der 90er Jahre aufgegebene Eisenbahnlinie auf
der historischen Strecke gibt es seit Jahren heftige Proteste.

Niederländische Gemeinden wollen Ortsdurchfahrten und die Belastung des
Naturparks “de Meinweg” verhindern. Auf deutscher Seite wehren sich
Bürgerinitiativen vor allem in Krefeld wegen der Lärmentwicklung.

Untersucht worden war auch alternativ eine Neubaustrecke an der A 40
zwischen Venlo und Duisburg. Sie wird angeblich zu teuer, außerdem rückt bei
Moers/Rheinhausen die Bebauung zu dicht an die Strecke. Eine Neubaustrecke
kann nur mit ausreichendem Lärmschutz geplant und verwirklicht werden. Für
bestehende Abschnitte berufen sich politische Kreisen auf ein Urteil des
Bundesverwaltungsgerichts: Eine qualitative Veränderung dieses Ausmaßes sei
gleichzusetzen mit einem Streckenneubau. Die Ortsdurchfahrten,
beispielsweise in Viersen, Anrath und Krefeld, müssten ebenfalls komplett
gegen Lärm geschützt werden, und zwar unabhängig vom überzeichneten
Lärmschutzprogramm des Bundes.


IJzeren Rijn dichterbij

januari 27, 2007

 Reactie van Han de Bruin, daarna Richard van der Pols.

 L.S.

Het stuk van de heer Richard van der Pols heeft mijn volledige deelneming. Dhr. v.d. Pols heeft u meermaals gewezen op de verplichting van Nederland om de aangegane verplichtingen inzake de “IJzeren Rijn” na te komen. Dat Nederland lang nadien een aparte toewijzing (“Natuurgebied”) heeft toegekend aan stukken van omliggende terreinen (zoals de “Meinweg” bij Roermond), ontslaat de Staat der Nederlanden geenszins van het nakomen van eerdere, internationaal erkende overeenkomsten. Onder deze overeenkomsten valt ook die over het gebruik van de “IJzeren Rijn”.

Han de Bruin.

Zeer Geachte Dames en Heren,Het eerste stukje t.b.v. onder meer DLC is nog steeds slechts enkelsporig hersteld. 

Richard H. van der Pols

Van:]
Verzonden: donderdag 25 januari 2007 22:35
Aan: rhvanderpolsboz
Onderwerp: “Gebruik IJzeren Rijn dichtbij”

 

Gebruik IJzeren Rijn dichtbij

Eind januari kunnen er weer goederentreinen rijden over een omstreden gedeelte van de IJzeren Rijn.
Minister Cees Veerman (Natuurbeheer) ziet geen wettelijke mogelijkheden om de bijna afgeronde onderhoudswerkzaamheden tussen de Belgische grens en Weert alsnog stil te leggen. Een meerderheid in de Tweede Kamer had de demissionair bewindsman daartoe woensdag opgeroepen.
Een woordvoerder van Veerman zei in de namiddag dat de minister geen verzoek gaat indienen bij ProRail om te stoppen met de werkzaamheden. ProRail wijst er in een reactie op dat het gewraakte stuk spoor deel uitmaakt van het hoofdspoornet en dus goed moet worden onderhouden.Het tracé meet 6,9 kilometer en is na jaren van verwaarlozing de afgelopen periode opgeknapt, na jarenlange politieke druk vanuit België. ,,De werkzaamheden worden eind volgende week afgerond en vanaf dat moment kunnen goederentreinen er weer gebruik van maken”, aldus een woordvoerster van ProRail.Een Belgische vervoerder wil in eerste instantie twee treinen per dag over het vernieuwde spoor laten rijden. Een jaar geleden maakte Infrabel, de Belgische spoorbeheerder, al bekend dat het circa vijftien treinen per dag over het traject wil laten rijden.Het is nog onduidelijk wanneer de hele lijn weer open
kan. Het duurt nog jaren voordat de snelste route
van Roermond naar Mönchengladbach beschikbaar komt. Tot die tijd moeten de treinen met bestemming Duitsland vanaf Roermond omrijden via Venlo of Sittard.
Publicatiedatum: 25 januari 2007


Brabant bezorgd.

december 22, 2006

www.l1.nl

Brabant bezorgd over plannen voor Brabantroute

In Brabant is grote bezorgdheid ontstaan over de plannen voor de spoorverbinding via Venlo naar Duitsland.

Deze zogeheten Brabantroute gaat dienen als uitwijkmogelijkheid voor de Betuwelijn. Bij vorst, extreme hitte of ongelukken gaat de Betuwelijn dicht, omdat er voorlopig nog niet genoeg voorzieningen zijn voor rampenbestrijding. Brabant voelt er niets voor om als uitwijkspoor te dienen. De Betuwelijn is juist bedoeld om vervoer van gevaarlijke stoffen uit Brabant, Venlo en andere dichtbevolkte gebieden weg te halen, zo staat in een brief aan de Tweede Kamer.   


Over de noodzaak van goederenvervoer per spoor door Brabant.

december 16, 2006

Zaterdag 16 december 2006 – BN/DeStem

Goederenlijn West-Brabant is nodig

Door Peter Van der Velden (burgemeester van Breda)

BN/DeStem-redacteur Laurent Heere betoogt dinsdag in deze krant dat een goederenspoorlijn door West-Brabant niet realistisch en ook niet nodig is. Heere stelt dat Œde conclusie van allerhande onderzoek is dat pas rond 2020 bij Roosendaal sprake is van eens serieus knelpunt¹.

Peter van der Velden, burgemeester van Breda, bepleit een Œdedicated¹ goederenspoorlijn voor West-Brabant. FOTO JOHAN VAN GURP
Die conclusie klopt in zoverre dat voor de spoorinfrastructuur volgens de prognoses op korte termijn geen capaciteitsproblemen bestaan.

2020 lijkt wel ver weg, maar voor het realiseren van grote infrastructurele projecten moeten allerlei procedures en besluitvormings-trajecten worden doorlopen die veel tijd vragen. Dan is 2020 dichterbij dan het lijkt.

Even wat cijfers: In de Nota Mobiliteit staat dat het goederenvervoer tot 2020 met 60 tot 80 procent gaat groeien. Brabant en Noord-Limburg kennen veel doorgaande goederenstromen. In de Netwerk-analyse BrabantStad is onlangs vastgesteld dat het goederenvervoer over de weg in die periode met 80 tot 100 procent gaat stijgen, de binnenvaart met 50 tot 70 procent en het spoor met 50 tot 75 procent.

We kunnen dit vraagstuk dus niet in de ijskast zetten tot 2020, dan zijn we te laat.

We staan hierin als West-Brabant niet alleen. Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 3 november nog een motie aangenomen waarin ze aan Gedeputeerde Staten vragen om zich ook in te zetten voor die aparte goederenlijn. Ik ga dus samen met de overige regiobestuurders en de provincie Noord-Brabant Den Haag ervan overtuigen dat die investering wel moet worden gedaan. Want die noodzaak is er op meerdere fronten:

Door aanleg van de Tweede Maasvlakte ziet het havenbedrijf Rotterdam een enorme groei van het goederenvervoer tegemoet. De capaciteit op de weg richting Antwerpen is daartoe niet toereikend. De groei van het goederenvervoer moet zoveel mogelijk opgevangen worden via (binnen)vaart en spoor. Een aparte goederenlijn tussen Rotterdam en Antwerpen is dan onontbeerlijk. Daarnaast mogen in West-Brabant de capaciteitsproblemen op de hoofdinfrastructuur op dit moment nog niet groot zijn, het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor door een groot aantal West-Brabantse kernen vormt wel degelijk een groot probleem.

De ‘chemolot-treinen’ gaan vanuit Zeeland en via Kijfhoek over de Brabantroute naar de chemische fabrieken van DSM in Limburg. Dit belemmert de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden in de steden langs de spoorlijnen. Bij toepassing van de veiligheidsregels ontstaat een langgerekt stuk niemandsland van zo’n 75 meter breed. De ontwikkeling van het Spoorhavengebied in Roosendaal bijvoorbeeld komt hierdoor niet van de grond.

Sloehaven

In de Sloehaven bij Vlissingen wordt een nieuwe containerterminal gebouwd, die via de nieuwe Sloelijn met het spoorwegennet wordt verbonden. Hierdoor zal het transport zowel (via Bergen op Zoom en Roosendaal) richting Antwerpen en over de Brabantroute (door Etten-Leur en Breda) naar Duitsland fors groeien. Het concept van de Goederenruit Zuid-Nederland met een goede aansluiting vanuit Zeeland in beide richtingen op een ‘dedicated goederenlijn’ in West-Brabant, voorkomt dat ook dat vervoer over de Brabantroute moet worden afgewikkeld.

Last but not least: West-Brabant werkt aan een aantal belangrijke ruimtelijk-economische ontwikkelingen zoals het Logistiek Park en de uitbouw van de Zeehaven in Moerdijk, de realisering van het Agro Food Cluster in Dinteloord, Borchwerf II in Roosendaal en Maintenance Valley in Woensdrecht. Al deze ontwikkelingen zijn erg gebaat bij een optimale bereikbaarheid en logistieke situatie, waarbij het vervoer van goederen over een aparte spoorlijn een belangrijke rol kan spelen.

Als je al deze aspecten bij elkaar optelt, is een dedicated goederenlijn door West-Brabant maatschappelijk gezien wel degelijk een rendabele investering. Daarom vragen wij het kabinet dat serieus te onderzoeken, met het oog op een leefbare toekomst in West-Brabant.

Peter van der Velden is burgemeester van Breda.

bron: http://www.bndestem.nl/weekend/article933498.ece


Roermond-Dalheim

oktober 5, 2006

Roermond-Dalheim

oktober 5, 2006

Bezwaar Zeeuwse lijn.

september 11, 2006

Vereniging Bewoners Belanghebbenden B.o.Z., e.o.“Goederen – Spoor – Weg”Opgericht (4-06-2003, voorheen Bewoners Comité Bredasestraat,e.o.) 9-09-2003 .Ingeschreven d.d. 11-09-2003 Verenigingenregister K.v.K. W.-Brabant Nr. 20111975 Secretariaat: Richard H. van der Pols, Bredasestraat 484611 CH Bergen op Zoom tel: (0164) 259 139/ 249 277e-mail : rhvanderpolsboz@planet.nl 

                                                           Bergen op Zoom, 10 september 2006Aan         De Staatssecretaris van VROMp/a Bureau Sanering VerkeerslawaaiPostbus 973440 AB WOERDENc.c.         De
minister van Verkeer & Waterstaat
 

Van         Vereniging Bewoners Belanghebbenden Bergen op Zoom, e.o               “Goederen – Spoor – Weg”  Betreft        Bezwaar vaststelling van de ten hoogste toelaatbare waarde van de geluidbelasting en maatregelenbesluiten, Zeeuwse Lijn,
projectnr.222.147.000, kenmerk LMV 2006280639. Woensdrecht
                              222.148.000                          2006288472   Bergen op Zoom                                   222.149.000                          2006283231   Roosendaal 

Geachte Staatssecretaris, Geachte Minister, 

Namens de leden van onze vereniging, (bijlage 1 bij deze brief), die ons hebben gemachtigd bezwaar aan te tekenen en verweer te voeren tegen de vaststelling van de ten hoogste toelaatbare waarde van de geluidbelasting en van de maatregelen-besluiten, laten wij u het volgende weten ter onderbouwing van die bezwaren. De gronden dezer bezwaren worden gevormd door de volgende – ieder voor zich en tezamen van belang zijnde – punten: 

1.      De door en namens ons in de inspraak op 19-06-2005 ingebrachte argumentatiewaarin wij de procedurele onvolledigheden, zowel als de door ons geconstateerde onjuistheden aangereikt hebben: deze zijn niet c.q. niet voldoende verwerkt.Hierbij herhaald en ingelast  (bijlage 2) ter onderbouwing. 

2.      Bij brief van 27 mei 2006 is onzerzijds reeds bezwaar gemaakt tegen beschikkingVL/BZ 2006247888 d.d. 12 april 2006. Verzoeke dit in deze bezwaarprocedure mede in aanmerking te nemen en hierbij als herhaald en ingelast aan te merken. (bijlage 3). Eveneens hebben wij u, c.q. uw medewerkers, daarin verzocht ons de onderliggende in de beschikking genoemde specifieke correspondentie te verstrekken, hetgeen uwerzijds (toen) niet ingewilligd kon worden.
Ver.B.B.BoZ, e.o                                                                                                     - 2 

Het niet beschikken over genoemde correspondentie belemmert ons onze bezwaren nader, voldoende gedetailleerd en gespecificeerd, te onderbouwen.Wij betreuren het dat het Ministerie van VROM de gegevens
van Prorail en het Ministerie van Verkeer & Waterstaat zonder enige, voor ons, controleerbare nadere toetsing ten aanzien van de voorgestelde maatregelen overneemt en ten uitvoer wil leggen.
Onzerzijds wordt dientengevolge in dit bezwaarschrift mede gebruik gemaakt van het door onze zuster-vereniging Bewoners Aan het Spoor –Kapelle-Goes opgestelde bezwaarschrift.3.      De Maatregelenbesluiten bevatten niet de in de Planbeschrijving veronderstelde vaststelling van het van kracht zijn van een geluidsproductieplafond per 1 januari 2009 en de waarden van de hoogte van dat (vast te stellen) geluidsproductie-plafond.
Wij verzoeken u om in dit besluit aan te geven dat voor het traject 660, 661, 662 en 663 van de Zeeuwse Lijn de afgegeven hogere waarden (na correctie voor de hieronder beschreven bezwaren) taakstellend zullen zijn en zullen gaan gelden als geluidsproductieplafond.
4.      De Maatregelenbesluiten bevatten niet de in de Planbeschrijving veronderstelde  maatregel die het mogelijk maakt om vanaf 1 januari 2015 niet-stil-materieel van de Zeeuwse Lijn te weren tussen 22:10 uur en 7uur (22:10 uur om vóór 23:00 uur de Zeeuwse Lijn te hebben verlaten). Daardoor is niet met zekerheid vastgesteld dat vanaf die datum alléén nog stille treinen rijden in de nacht, terwijl dat voor het akoestisch onderzoek en de maatregelen wel het gehanteerde uitgangspunt is en was. Wij verzoeken u dringend om dit alsnog in de maatregelenbesluiten op te nemen.5.      De handhaving van het geluidsproductieplafond achten wij bij Prorail niet in goede handen. ProRail is belanghebbende bij zowel de toedeling van geluidruimte als de handhaving daarvan. De huidige voorgestelde rapportage jaarlijks achteraf maakt enig, tijdig, corrigeren en/of controleren feitelijk totaal onmogelijk. “De slager die zijn eigen vlees keurt”.Handhaving dient, ons inziens, te geschieden door een onafhankelijke partij. Incidentele controle door VROM-inspectie, gemeenten en burgers moet mogelijk zijn. De afgelopen drie jaar heeft ons geen vertrouwen gegeven in de stiptheid, zorgvuldigheid of betrouwbaarheid van Prorail. Het meest flagrant vinden wij het feit dat er nu, sinds mei 2003, al drie jaar sprake is van de situatie van een ‘Wijziging-Spoorweg’, terwijl de wettelijke verplichtingen die daarbij uitgevoerd dienen te worden volledig werden genegeerd. Ook de verklaring  namens Prorail afgelegd bij de Raad van State, (Zeeuwse Lijn) waarbij werd beweerd dat er géén zgn. Cobelfret-treinen meer in de nacht rijden, geeft weinig vertrouwen. Onze leden, zowel als de leden van de Vereniging Bewoners Aan het Spoor(BAS) hebben namelijk in de aan de zitting voorafgaande periode, zowel als sindsdien, vastgesteld dat er wel gedurende de nacht Cobelfret-treinen’ reden en nog steeds rijden.


Ver.B.B.BoZ, e.o.                                                                                                          - 3 

Wij verzoeken u uitdrukkelijk een controleerbaar systeem te doen instellen.Wij stemmen in met uw overweging ” dat het programma van maatregelen niet ongewijzigd bij de onderhavige beschikking kan worden betrokken; ProRail heeft namelijk in 2003 op het traject Bergen op Zoom -Vlissingen de spoorweg gewijzigd in strijd met het bepaalde in het Besluit geluidhinder spoorwegen waardoor de geluidsoverlast voor de omwonenden fors is toegenomen. Prorail zal gefaseerd maatregelen treffen om deze geluidsoverlast te beperken. Uiterlijk 1 januari 2009 zullen alle maatregelen getroffen zijn. De termijn tussen 2003 en 1 januari 2009 acht ik, gelet op de geluidsoverlast voor bewoners, onredelijk lang.”  Maar niet met de daaruit voortvloeiende maatregelen. Mochten deze maatregelen niet standhouden bij bezwaar en beroep, dan achten wij het juist dat u de voor 2001 vastgestelde geluidbelasting (indien wettelijk noodzakelijk met 2dB(A) verhoogd) vast te stellen als te worden beschouwd als geluidsproductieplafonds totdat alle maatregelen zijn uitgevoerd.  

Zowel in de Planbeschrijving als in de akoestische onderzoeken wordt uitgegaan van, anno 2005-2006,  op alle nog toekomstige te treffen wettelijke en procedurele maatregelen, o.m. geluidsproductieplafonds, waarbij vooruitlopend in de Plan-beschrijving Zeeuwse Lijn en in uw Beschikking nu reeds mee gerekend is op basis van (niet aanwezig zijnde) alléén stil materieel gedurende de nachtperiode.Eveneens is uwerzijds in de Planbeschrijving uitgegaan van treinmaterieel met een geluidsproductie die minstens 7 dB(A) lager is per 2010. Dit vormt mede de basis  waarop de nu berekende hogere waarden en geluidbelastingen per 2015 zijn opgenomen, na tijdige uitvoering van alle aanvullende geluidsreducerende maatregelen; het (toekomstige) te verwezenlijken overheidsbeleid : “dat er geen lawaaiig goederenmaterieel meer rijdt tijdens de nachtperiode”. 

Grootschalige (tijdige) instroom van ‘stil goederenmaterieel’ wordt onzerzijds vooralsnog aangemerkt als wishful thinking, mede vanwege het ontbreken van de daartoe vereiste en noodzakelijke financiële middelen en van de wettelijke implementatie maatregelen. Laat staan de benodigde Europese harmonisering van wet en regelgeving dienaangaande.De zéér beperkte omvang van de aangekondigde uit te voeren pilot – de vervanging van gietijzeren remblokken door LL-blokken –  t.a.v. de ‘Cobelfret’ autotreinen. Het betreft in deze pilot in totaal slechts 72 wagons – m.i.v. monitoring tot eind 2007, (dus twee treinen) en geeft ons weinig hoop op een spoedige en volledige implementatie op alle geleaste, gehuurde, en eigen, (in gebruik zijnde), autotreinwagons.Een vergelijkbare situatie doet zich voor bij vrijwel alle toegelaten typen spoorgoederenwagons,Qua omvang zeer beperkte pilots, gezien het daartoe beschikbaar gestelde budget, om aan te tonen dat geluidreductie van spoorgoederenwagons met 4-7 dB(A) door middel van vervanging van koppelingen en remblokken mogelijk en toepasbaar is.
Ver.B.B.BoZ, e.o.                                                                                        - 4 

Het ontbreken van enige toekomstig – haalbare – financiële raming van benodigde middelen om de doelstelling: Stil goederenmaterieel gedurende de nacht, per – 2010 c.q. –  2015 in Nederland te kunnen doen verwezenlijken noopt ons u te verwijten dat  u ons knollen voor citroenen verkoopt. Immers in alle berekeningen is van een (tijdige) grootschalige doorvoering van en verwezenlijking van een reductie van de geluidproductie van spoor-goederenmaterieel met 7 dB(A) als maatstaf en berekeningsgrondslag uitgegaan. Dit achten wij, gezien het hierboven ingebrachte, noch haalbaar noch toelaatbaar.Zo ontbreekt eveneens volledig……. hoe u de implementatie van: nachtelijk stil goederenmaterieel, denkt te kunnen gaan verwezenlijken op het verdragstechnisch tot het Europese spoornet toegelaten en/of gecertificeerd [Europees geliberaliseerd] wagenpark van  spoorgoederen materieel. 

Ons verweer tegen de vaststelling van ten hoogste toelaatbare waarde van de geluidbelasting en van de maatregelenbesluiten wordt nader toegelicht door de volgende punten: 

6         Het besluit van 7 maart 2005, houdende wijziging van het Besluit geluidhinder spoorwegen en het Subsidiebesluit openbare lichamen milieubeheer (saneringsregeling spoorweglawaai) bepaalt in artikel III lid 3 dat: Het recht zoals dat gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit, blijft van toepassing indien de resultaten van het ingesteld akoestisch onderzoek in de zin van artikel 20 aan burgemeester en wethouders zijn overgelegd. In 2003 zijn de akoestische onderzoeken in de zin van artikel 20 aan burgemeester en wethouders van Goes, Kapelle en Reimerswaal overgelegd. In 2004 aan Woensdrecht, Bergen op Zoom en Roosendaal.  Het recht zoals dat gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit, blijft daarom van toepassing.7         De Wet geluidhinder bepaalt in hoofdstuk 7, artikel 106f, eerste lid, dat behoudens het tweede tot en met vijfde lid bij een te wijzigen landelijke spoorweg de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel van de zogenoemde saneringswoningen de waarde 57dB(A) is.
Er is voor de meeste van de zogenoemde saneringswoningen niet eerder een hogere waarde vastgesteld, zoals bedoeld in artikel 106f, tweede lid, zodat de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel van die woningen de waarde 57dB(A) is.
De minister kan slechts een hogere waarde vaststellen in die gevallen waarin toepassing van maatregelen gericht op het terugbrengen van de verwachte geluidsbelasting van de gevel van de betrokken woningen, vanwege de landelijke spoorweg tot de geldende waarde, onvoldoende doeltreffend zal zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard (artikel 106f, zesde lid,).
Van onvoldoende doeltreffendheid en van overwegende bezwaren van steden-bouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke aard is niets meer gebleken dan de door de gemeente Goes in de inspraakreactie op de Ontwerp Planbeschrijving gegeven reactie. Van de overwegende bezwaren van financiële aard is de concrete uitwerking van het doelmatigheidscriterium die, waarbij wordt uitgegaan van een maximum van € 10.000,- per te reduceren dB per woning, redelijk geacht.  


Ver.B.B.BoZ, e.o.                                                                                                 - 5      De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zegt hierover in de uitspraak van 3 augustus 2005, nr. 200402809/1:Zoals reeds is overwogen in de uitspraak van 29 december 2004, nr. 200400010/1 is het gebruik van het schermcriterium in het algemeen niet onredelijk. In hetgeen appellant heeft aangevoerd bestaat evenmin aanleiding voor het oordeel dat de concrete uitwerking van het doelmatigheidscriterium, waarbij wordt uitgegaan van een maximum van € 10.000 per te reduceren dB per woning, onredelijk is of dat de kosten van het benodigde scherm op onjuiste wijze zijn berekend. In hetgeen appellante heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen feiten of omstandigheden op grond waarvan verweerder in dit geval in redelijkheid niet aan het schermcriterium heeft kunnen vasthouden.
Er zijn, ons inziens, geen feiten of omstandigheden op grond waarvan u in dit geval in redelijkheid niet aan dit schermcriterium heeft kunnen vasthouden.

De benodigde middelen voor de bekostiging van de te treffen maatregelen zijn volgens de minister van Verkeer en Waterstaat, in overeenstemming met de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer gereserveerd in de middelen, die voor de Sloelijn in het Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport (MIT) zijn opgenomen. Er is dan ook geen aanleiding om de toepassing van maatregelen te baseren op criteria zoals die van het Subsidiebesluit-Openbare-Lichamen-Milieu (SOLM) gelden, de criteria van de Wet Geluidhinder en de concrete uitwerking daarvan zijn hier van toepassing.
Ook in de brief van VROM-Directoraat-Generaal Milieu aan College
van Burgemeester en Wethouders van Kapelle van12 juni 2003, kenmerk LMV 2002.031657, wordt verklaard:  Als sprake is van een ‘wijziging van een spoorweg’ en de procedure leidt tot de noodzaak om akoestische maatregelen te treffen dan zullen die door ProRail moeten worden aangebracht en gefinancierd“.
Eveneens van toepassing op Bergen op Zoom ingevolge ons (Ver.B.B.BoZ,e.o.) verzoek tot Handhaving d.d. 19-05-2004, waarna de Gemeente Bergen op Zoom zich bij de procedures tot Handhaving van Kapelle en Goes aangesloten heeft.
Bovendien sluit de toelichting bij het SOLM-RBd-formulier voor de berekening van de maximale schermkosten de toepassing bij wijziging-spoorweg zelfs uit (in 1. Inleiding),… citaat:
De rekenmethode is van toepassing bij de beoordeling van de doelmatigheid van autonome schermprojecten. Bij het plaatsen van geluidsschermen ten behoeve van de nieuwbouw van woningen en/of het aanleggen of het wijzigen van spoorbanen gelden andere overwegin­gen die bepalen of een schermvariant doelmatig is”

Samenvattend: er zijn geen feiten of omstandigheden op grond waarvan u in redelijkheid niet aan het schermcriterium, waarbij voor de maximale schermkosten wordt uitgegaan van een maximum van € 10.000,- per te reduceren dB per woning, heeft kunnen vasthouden.

 

Ver.B.B.BoZ,e.o.                                                                                                     - 6 

Artikel 26 van het Besluit Geluidhinder Spoorwegen stelt dat het programma van maatregelen moet dienen om de gevelbelasting “zoveel mogelijk te beperken tot 57 dB(A)……..”. Hierin is geen voorbehoud gemaakt voor de afhankelijkheid van een maatregelencriterium van een bepaalde subsidiering.
Meer bepaald: in de toelichting zoals gepubliceerd in het Staatsblad 2005 145 (op blz. 11 laatste alinea) bij: de uitvoering van dit besluit, financiële aspecten, wordt expliciet verklaart dat:
Bij projecten die vallen onder Afdeling 2 (Landelijke spoorwegen) van hoofdstuk VII van de Wet geluidhinder zijn de kosten van de sanering een integraal onderdeel van de projectkosten die ten laste van de minister van Verkeer en Waterstaat komen”
De benodigde middelen voor de bekostiging van de te treffen maatregelen zijn volgens de minister van Verkeer en Waterstaat, in overeenstemming met de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer gereserveerd in de middelen die voor de Sloelijn in het Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport (MIT) zijn opgenomen. Alsmede aanvullende (extra) middelen ten laste van de Provincie Zeeland en Zeeland Seaports.  Dus ook hierdoor is er geen aanleiding om met het SOLM-criterium te rekenen.

A.     In het Tracébesluit Sloelijn van 12 februari 2004 van de minister van Verkeer en Waterstaat in overeenstemming met de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer is in de Standpuntbepaling door de minister van Verkeer en Waterstaat in 6.3 van de toelichting beloofd dat de overige maatregelen: In het kader van de reguliere uitwerking van deze Standpuntbepaling tot een Ontwerp-Tracébesluit, zal worden bezien hoe, binnen de financiële kaders van het MIT, de vormgeving van het tracé verder kan worden geoptimaliseerd. Ook zal worden bezien welke aanvullende mitigerende en/of compenserende maatregelen, waaronder de toepassing van geluidsarm spoor en de aanleg van geluidsschermen zullen worden getroffen, zowel langs het nieuwe tracé als langs de aangrenzende bestaande baanvakken.
Voor het aspect geluid wordt uitgegaan van het streven naar de voorkeurswaarde van 57 dB(A), uiteraard binnen de financiële, technische en landschappelijke randvoorwaarden.

Conclusie: het streven naar 57dB(A) wordt uit het MIT bekostigd als onlosmakelijk deel van het tracébesluit en de daarbij geldende
berekening van de maximale schermkosten, zijnde € 10.000,- per dB-woning vanaf 57dB(A), is van toepassing. De financiële randvoorwaarden worden gevormd door het door de Raad van State bevestigde schermcriterium. Een financiële randvoorwaarde is nooit een subsidiebesluit.

B.     In de Ontwerp Planbeschrijving Zeeuwse Lijn, die bij het Tracébesluit Sloelijn van 12 februari 2004 gold als beschrijving van de te mitigeren nadelige effecten, staat in Art. 6.1 over de uiteindelijke Planbeschrijving na het ijkpunt van 1 januari 2005 voor bronmaatregelen dat:
Ver.B.B.BoZ, e.o.                                                                                                    - 7
Algemeen uitgangspunt is dat de in de Planbeschrijving genoemde hogere waarden niet mogen worden overschreden. Ook mogen geen nieuwe hogere waarden ontstaan. Afhankelijk van de belangenafweging behoort een eventuele verlaging van vastgestelde hogere waarden (dus verlaging van de feitelijke gevelbelasting) ook tot de mogelijkheden.
Deze garantie is niet nagekomen, véél woningen krijgen een hogere waarde dan in de planbeschrijving voorzien was.
Uit het bovenstaande blijkt dat méér maatregelen dan voorgeschreven in de Maatregelenbesluiten noodzakelijk zijn om de geluidoverdracht volgens de Wet geluidhinder artikel 106f, zesde lid en Besluit Geluidhinder Spoorwegen artikel 26a, eerste lid, onder b, te beperken.  Bijlagen  bij de bezwaarschriften van de Vereniging BAS (Bewoners aan het Spoor) geven aan welke aanvullende maatregelen op grond van het hierboven beschreven schermcriterium mogelijk zijn, waardoor, na uitvoering van die maatregelen, lagere waarden dan de nu voorziene waarden van de geluidbelasting van de gevel van die woningen moeten worden vastgesteld.De daarin voorgestelde maatregelen dienen, naar analogie, op basis van dezelfde rechtsgelijke criteria, eveneens in Woensdrecht, Bergen op Zoom en Roosendaal toegepast te worden. Deze aanvullende maatregelen moeten worden getroffen om aan de wet te voldoen.Wij kunnen uw overweging dan ook niet delen: dat het saneringsprogramma in overeenstemming met de wettelijke voorschriften blijkt te zijn voorbereid en tot stand te zijn gekomen. 

Als – ondanks de hierboven genoemde gronden – die aanvullende maatregelen niet worden uitgevoerd, dan beroepen wij ons erop dat het akoestisch onderzoek en de daaruit voortvloeiende maatregelen moeten worden aangepast conform het geldende Reken- en Meetvoorschrift Railverkeerslawaai ‘96. Daarin is slechts voorzien in één Railvoertuigcategorie van blokgeremd goederenmaterieel, namelijk categorie 4. Het akoestisch onderzoek en de daaruit voortvloeiende maatregelen dienen, ook voor de nacht, op de Emissiekengetallen van categorie 4 te worden gebaseerd. (met andere woorden: met “stil”materieel mag pas worden gerekend als het Reken- en Meetvoorschrift Railverkeerslawaai is aangepast en van toepassing is verklaard). 

Het bezwaar tegen de vaststelling van de Maatregelenbesluiten, is voorts gegrond op de volgende overwegingen: 

C.     Onze leden ondervinden trillinghinder in hun woningen, langs de gehele Zeeuwse Lijn. De woningen binnen de 40 meter trillinghindercontour, zoals dit in de planbeschrijving is beschreven, maar ook de woningen op grotere afstanden, zoals wordt  aangetoond in bijlagen  van de bezwaarschriften van de Vereniging BAS ondervinden meer dan aanvaardbare hinder. Een vergelijkbare situatie doet zich lokaal o.m. voor te Woensdrecht, Bergen op Zoom en Roosendaal.
Ver.B.B.BoZ, e.o.                                                                                        - 8  

De maximale waarden voor hinder (Vmax. SBR-richtlijn deel B) overschrijden de streefwaarde voor bestaande situaties voor de nacht. Door de wijziging van de spoorweg neemt de “trillingssterkte over de beoordelingsperiode” (Vper. SBR-richtlijn deel B) toe, niet alleen door het aantal treinen, maar ook door het langer worden van de goederentreinen t.o.v. de gemiddelde lengte in 2001 [van 4,2 bakken per trein naar 25 bakken gemiddeld per trein. Dit gemiddelde zal nog aangepast dienen te worden vanwege de grotere toegelaten lengte (van 400 meter naar 750 meter) en dientengevolge, o.m. de Cobelfret autotreinen met tot 36 bakken per trein]. Ook de maximale trillingssterkte Vmax zal toenemen als gevolg van de grotere kans op resonanties veroorzaakt door de langere treinen.
Het vervangen van de houten dwarsliggers door betonnen dwarsliggers, dat bedoeld was om de geluidhinder te beperken, heeft de maximale trillingssterkte Vmax met ca. 20 – 25% doen toenemen en dus de trillinghinder ook versterkt.
De SBR-richtlijn deel B beschrijft in Hoofdstuk 10.5.3.4, “Gewijzigde situatie”:
Voor de beoordeling van de gewijzigde situatie in geval van weg- en railverkeer geldt als uitgangspunt dat de wijziging niet tot een verhoging van de reeds aanwezige trillingssterkte mag leiden. Dit geeft in een schema aan dat in onze situatie geldt: VOLDOET NIET.

Wij achten de hinder door de toename daarom onrechtmatige hinder.
Het Burgerlijk Wetboek verbiedt in boek 5, Artikel 37 het toebrengen van ondermeer trillingshinder.
In
de maatregelenbesluiten worden geen maatregelen vastgesteld om de trillinghinder te beperken en/of te mitigeren.
Het onderzoek dat de Provincie Zeeland en de gemeente Goes hebben laten uitvoeren, naast de eerdere (niet beschikbaar gestelde) onderzoeken verricht door of namens Prorail, laat zien dat ten minste door verstijving van de baan (en dat hoeft niet door verdieping te worden gerealiseerd) een significante vermindering van de trillingssterkte  te realiseren is.
Het is dus zowel mogelijk als dringend noodzakelijk om maatregelen te treffen die de trillinghinder beperken.
Wij verzoeken u – in het belang van het voorkomen of beperken van trillinghinder veroorzaakt door het gebruik van de spoorweg – nadere eisen te stellen met betrekking tot aard, samenstelling, wijze van aanleg of gebruik van de spoorweginfrastructuur.
 

Voorts zijn wij van mening dat de overheid, de staatssecretaris van VROM en de minister van Verkeer & Waterstaat, zo ook Prorail,  ontoelaatbaar  -  onwederlegbaar –  onrechtmatig handelt sinds mei 2003, de Wijziging-Spoorweg ten gevolge van de toelating van de autotreinen van Cobelfret,  en dit onrechtmatige handelen maskeert door toekomstige beschermingsmaatregelen per 1 januari 2009.Beschermingsmaatregelen die niet voldoen aan de daartoe wettelijk vastgelegde criteria noch worden de technische en/of financiële redenen om te komen tot toekenning van hogere waarden zorgvuldig afdoende en/of specifiek gemotiveerd.Ver.B.B.BoZ, e.o.                                                                                        -9 

 

Wij verzoeken betrokken overheden om de geluidoverlast ten gevolge van het spoorgoederenvervoer, niet alleen langs de Zeeuwse Lijn,  effectief te bestrijden, niet om deze vooruitlopend op toekomstige nog te verwezenlijken  - mogelijke – geluidhinderbeperkende maatregelen voorshands op onrechtmatige en op in rechte betwistbare  - ‘wettelijke’-  gronden te legaliseren. De daartoe vereiste rechtsbasis, de    vereiste wet- en regelgeving, ontbreekt. 

Het voornemen nachtelijke goederentreinen qua snelheid, om de geluidoverlast te verminderen, te beperken tot 60 km/uur ontbeert tot nu toe elk uitvoeringskader. Laat staan elektronische controleerbaarheid.Wij verwachten van u in dit kader méér dan (politieke) loze beloften. 

 

Samenvattend:Wij verzoeken u nadrukkelijk de vaststellingen van de ten hoogste toelaatbare waarde van de geluidbelasting en maatregelenbesluiten Zeeuwse Lijn te heroverwegen, te corrigeren en waar nodig, om aan het wettelijk kader te voldoen, te herzien. 

Een aantal leden heeft onze vereniging  middels haar bestuursleden,  gemachtigd om hun belangen te behartigen bij deze en de eventuele hieruit voortvloeiende verdere procedures.Wij verzoeken u, mede namens hen, ons op de hoogte te willen doen houden van alle relevante ontwikkelingen.Wij zien uw berichten, evenals een ontvangstbevestiging, gaarne tegemoet, 

 

 

Hoogachtend, 

 

 

 

 

 

 

 


S. Harris, voorzitter                                         R.H. van der Pols, secretaris


Bijna Botsing van 24 06.

juni 28, 2006

 Bron: http://www.geolution.nl/venlo/Bijna-botsing-24-juni-2006.htm

Bijna-botsing 24 juni 2006 

27-06-06 | De grootste ongelukken met treinen zijn botsingen op stations en rangeerterreinen . Afgelopen jaren vonden meerdere botsingen plaats zoals in mei 2004 bij Amsterdam Centraal. Afgelopen week vond er in Maastricht een botsing plaats tussen een passagierstrein en een stilstaande goederentrein. Hierbij vielen 41 gewonden, waarvan bij een persoon de verwondingen ernstig waren. Op 24 juni, tegen 18.15 uur was het weer bijna raak, maar dan in Venlo.

Spoorbrug

Het emplacement van Venlo loopt aan de westzijde uit in de twee sporen brede brug over de Maas. Ongeveer 200 meter voor deze brug komen de sporen van het station en het rangeerterrein samen. Alle treinen richting Eindhoven en Nijmegen maken hiervan gebruik, meestal op het zelfde spoor. Zo nu en dan gebeurt het dat er ruimte is om treinen elkaar op de brug te laten inhalen. 

Afgelopen zaterdag ging dit echter bijna mis. Vanaf de stadsbrug, de brug voor het overige verkeer die vlak langs de spoorbrug ligt, was te zien hoe een dubbeldeks passagierstrein moest afremmen voor een goederentrein die daar nog geen 50 meter voor reed, op het zelfde spoor. Beide treinen waren ongeveer op het zelfde moment vertrokken richting Blerick en maakten vaart. Een botsing kon gelukkig worden voorkomen.

Seconden

Een dergelijk bijna incident lijkt weinig om het lijf te hebben. Wellicht heeft verder niemand gezien of zich beseft wat er op de brug gebeurde. Ook is er verder niets gebeurd, geen schade, geen gewonden. Dus waarom zouden we ons druk maken?

Er is alle reden om ons hierover druk te maken. Beide treinen waren net begonnen met het maken van vaart, waarbij de achteropliggende passagierstrein op nog geen 50 meter van de daarvoor rijdende goederentrein op het zelfde spoor terecht kwam. Ongetwijfeld heeft de machinist van de passagierstrein niet gezien dat de goederentrein al de brug op reed. Nog net op tijd, maar toch eigenlijk te laat, kon deze de trein tot stilstand worden gebracht  midden op de spoorbug. Op dat moment reed de laatste wagon van de goederentrein nog op de brug. 

Een kwestie van enkele seconden dus. Als de passagierstrein 5 seconden eerder was vertrokken zou deze de zijkant van de voorste trein hebben geraakt met alle gevolgen van dien. 

Gevolgen

Er is verder niets gebeurd. Gelukkig! Maar het scheelde dit keer maar heel erg weinig. Speculeren over de gevolgen heeft wellicht weinig zin. Toch moeten bestuurders van venlo en de spoorbedrijven zich realiseren dat het emplacement ten midden van tienduizenden mensen ligt, in het centrum van Venlo. En bij de spoorbrug zouden de gevolgen van een botsing niet te overzien zijn. 

Als de treinen zouden ontsporen zouden de wagons aan beide kanten van het taluud of de brug kunnen afvallen waarbij de infrastructuur voor dagen, misschien zelfs weken onbruikbaar zou zijn. Aan de noordzijde zouden de wagons echter eerst over het er pal naast gelegen fietspad schuiven waarbij de fietsers geen kant op zouden kunnen. Ook zouden van het taluud afrollende wagons het UWV-gebouw n de parkeergarage daar langs kunnen beschadigen.

Een ramp-scenario is dit natuurlijk wel. Maar wij vragen ons bij ieder incident weer af wanneer het echt mis gaat. Misschien is de kans op een grote ramp klein, zelfs aanvaardbaar klein. Maar stel nou dat deze situatie op een minder gelukige manier had plaats gevonden met een propvolle passagierstrein en een volle lpg of nafta trein? Dan waren de gevolgen niet te overzien geweest zijn.

Waakzaamheid

Rampen vinden plaats door een moment van onoplettendheid. Daarom is het belangrijk dat alle instanties en betrokkenen, ook omwonenden waakzaam zijn. Incidenten en bijna incidenten moeten worden gemeld om deze situaties en een echte ramp in de toekomst te voorkomen. Iedereen moet zich realiseren dat treinen met gevaarlijke stoffen onder onjuiste omstandigheden rijdende bommen zijn en dat een ongeluk in een klein hoekje kan zitten.